
Vlaams Parlementslid

Vlaamse regering blijft carnaval steunen als waardevol cultuurgoed
Lokale carnavalisten kunnen erkenning als erfgoedgemeenschap aanvragen
Carnaval behoort, zoals de resolutie van toenmalig Vlaams Parlementslid Jan Peumans uit 2008 vermeldt, tot het erfgoeddomein ‘sociale gewoonten, rituelen en feestelijke gebeurtenissen’ en heeft dan ook zeker zijn plaats in het beleid als waardevol cultuurgoed. Dat bevestigt Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez in een parlementaire vraag van Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA). De minister bevestigt dat beoefenaars en traditiedragers uit alle Vlaamse regio’s zoals bijvoorbeeld Limburg een aanvraag kunnen indienen om erkend te worden als erfgoedgemeenschap, zoals dat met het carnaval van Aalst en het carnaval van Blankenberge al is gebeurd.
In Vlaanderen zijn er veel plaatsen waar carnaval gevierd wordt. Aalst heeft veel bekendheid maar bijvoorbeeld ook in de andere provincies, waaronder Limburg en West-Vlaanderen, brengt de volkscultuur mensen samen. In 2008 werd daarom in het Vlaams Parlement een voorstel van resolutie goedgekeurd van onder andere Jan Peumans over de erkenning van het georganiseerde carnaval in Vlaanderen als waardevolle en belangrijke cultuurvorm.
Zeventien jaar na datum bevestigt ook huidig Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez in antwoord op Vlaams volksvertegenwoordiger Andy Pieters (N-VA) dat zij en de voltallige Vlaamse regering ten volle achter carnaval blijft staan als waardevol cultuurgoed. “We onderschrijven dan ook de bepaling in de resolutie die zegt dat carnaval een waardevol cultuurgoed is. De beleidsinstrumenten die de Vlaamse Overheid heeft ontwikkeld, waaronder een erkenning als immaterieel erfgoed via de Inventaris Vlaanderen, zijn er voor alle domeinen, en dus ook voor carnaval”, klinkt het bij de minister.
Het carnaval van Aalst en het carnaval van Blankenberge zijn daarenboven specifiek opgenomen als erfgoedgemeenschap op de zogenaamde ‘Inventaris Vlaanderen’. De minister staat open voor aanvragen vanuit andere regio’s voor een erkenning als erfgoedgemeenschap. “Een erkenning als immaterieel erfgoed gebeurt steeds vanuit de erfgoedgemeenschappen zelf, het initiatief komt van de beoefenaars en traditiedragers en niet vanuit de overheid of de minister”, gaat ze verder. Momenteel is er geen aanvraag vanuit een betrokken erfgoedgemeenschap rond carnaval, ook niet het Limburgs carnaval, voor een erkenning. “Maar het spreekt voor zich dat wanneer carnavalisten uit een regio zoals Limburg dergelijke aanvraag indienen, dat zij door de minister ook daarin gefaciliteerd zullen worden”, reageert Pieters.
Komende weekend en de daaropvolgende weken breekt carnaval aan in talloze steden en gemeenten in Vlaanderen. Pieters benadrukt het belang van dergelijke volkstradities voor de Vlaamse gemeenschap: “Deze volkstraditie brengt ganse gemeenschappen samen en ze slaagt er in met alles en iedereen te laten lachen ongeacht afkomst of achtergrond van mensen. Met carnaval is iedereen gelijk en bovendien is het een enorme stimulans voor onze handelaars. De aanhoudende erkenning daarvan vanuit de Vlaamse regering is de logica zelve”, besluit Pieters.
