
Vlaams Parlementslid

Geen aanpassing geldigheidsduur asbestattest voor gemeenschappelijke delen
De OVAM en bevoegd minister Jo Brouns zijn niet zinnens de geldigheidsduur voor asbestattesten te wijzigingen voor de gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen. Zo reageren ze in een schriftelijk antwoord aan Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA). Momenteel heeft een asbestattest een geldigheidsduur van tien jaar, tenzij er geen asbestmaterialen worden aangetroffen, in dat geval blijft het attest onbeperkt geldig. Vanaf 2027 is echter ook een asbestattest verplicht voor gemeenschappelijke delen van gebouwen die dateren van voor 2001. Makelaarsfederatie CIB Vlaanderen vreest een enorme piek in attestaanvragen eind 2026 en vroeg om naar een flexibelere termijn te gaan. “Het is goed dat de OVAM en de minister voor duidelijkheid zorgen, maar in overleg met de sector moet alles op alles gezet worden om tegen eind 2026 een onwerkbare piek met nadelige gevolgen voor de vastgoedmarkt te voorkomen”, aldus Pieters.
De verplichting om in een asbestattest te voorzien, zowel bij de verkoop van woningen van vóór 2001 als vanaf 2027 voor de gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen, is belangrijk in de aanpak van asbest in Vlaanderen. Momenteel heeft een asbestattest een geldigheidsduur van tien jaar, tenzij er geen asbestmaterialen worden aangetroffen, in dat geval blijft het attest onbeperkt geldig.
Makelaarsfederatie CIB Vlaanderen stelde dat deze vaste geldigheidsduur nadelig is voor eigenaars, verenigingen van mede-eigenaars (VME’s) en syndici die vroegtijdig actie willen ondernemen. Volgens hen ontmoedigt het eigenaars en syndici om tijdig een attest te laten opstellen, wat het risico vergroot op een piek in aanvragen tegen eind 2026, wanneer de verplichting voor gemeenschappelijke delen ingaat. CIB stelde voor om de geldigheidsduur van attesten flexibel te maken voor proactieve eigenaars en syndici, om hen aan te moedigen tijdig een attest te laten opstellen en zo piekmomenten te vermijden. Zo willen ze de druk op de vastgoedsector en de bevoegde diensten verlichten.
“Noch OVAM, noch de federatie van de asbestdeskundigen vindt een wijziging opportuun. In het belang van de gezondheid van de bewoners is het nodig dat de toestand van vastgestelde asbestmaterialen na tien jaar opnieuw wordt nagekeken”, antwoordt bevoegd minister Jo Brouns op een parlementaire vraag van Vlaams parlementslid Andy Pieters (N-VA).
“Er heerst volgens OVAM een misperceptie over de draagwijdte van het verstrijken van de geldigheidsduur. VME’s die nu werk maken van hun asbestattest, kunnen het asbestattest gebruiken voor overdrachten tot 2035. Voor overdrachten na het verstrijken van deze geldigheidsduur is een actualisatie nodig. Een actualisatie vraagt niet dezelfde werkinspanning van een asbestdeskundige als het opmaken van een eerste asbestattest, en gaat bijgevolg sneller en aan een voordeliger tarief. Bovendien geldt voor asbestattesten van VME’s dat, indien geen asbest werd aangetroffen, de geldigheidstermijn onbeperkt is”, luidt het antwoord helder.
Pieters vindt het goed dat de OVAM en de bevoegde minister snel voor duidelijkheid hebben gezorgd. “De verplichting om tegen 2027 een asbestinventaris voor de gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen te hebben, vraagt actie van syndici, maar is nodig om bewoners duidelijkheid te geven en hun gezondheid te beschermen”, aldus Pieters.
Toch is het belangrijk dat de OVAM en Brouns voldoende communiceren richting de sector en de nodige sensibiliseringsinitiatieven nemen, benadrukt Pieters. “Het risico is immers reëel dat een laatste-minuutaanpak van syndici in 2026 leidt tot een enorme piek in aanvragen. Een dergelijke situatie deed zich al voor bij de lancering van de verplichting eind 2022, met als gevolg dat er onvoldoende asbestdeskundigen beschikbaar waren en de vastgoedmarkt dreigde stil te vallen. Dit moet maximaal vermeden worden”, besluit Pieters.
